Een kraan, mast of gebouw is voor een piloot een obstakel. Welke lampen erop moeten, welke kleur, hoe sterk en op welke hoogte, staat in ICAO Annex 14. Wanneer u het moet melden en wie beslist, staat in nationale regels die per land verschillen.
Dit artikel zet de twee lagen naast elkaar. Eerst de lichtklassen en de hoogtegrenzen van ICAO, die overal in Europa de technische basis zijn. Daarna de meldingsgrenzen en bevoegde instanties in Nederland, Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje. Tot slot vier vragen waarmee u vooraf bepaalt wat uw project waarschijnlijk moet voeren, en waar wij bij helpen.
ICAO Annex 14 deelt obstakellichten in op intensiteit: laag (32 candela, continu rood) voor obstakels tot 45 meter, middelhoog (2.000 candela, knipperend rood) op de top van obstakels van 45 tot 150 meter, en hoog (wit, ook overdag) daarboven. Dat is de techniek. Of u de lampen moet voeren, bepaalt de nationale luchtvaartautoriteit na een melding, en de grens daarvoor ligt in de meeste Europese landen bij 100 meter.
ICAO Annex 14, deel I, hoofdstuk 6, onderscheidt lage, middelhoge en hoge intensiteit, elk met een of meer typen. De intensiteit staat in candela (cd): de lichtsterkte in één richting, niet de lichtstroom in lumen. Een obstakellicht hoeft niets te verlichten; het moet van kilometers afstand gezien worden. Daarom is 32 candela genoeg voor een lamp van drie watt.
De piloot moet de hoogste punten en de uiteinden zien, want die raakt hij het eerst. Vandaar de vaste posities, ongeacht het kraantype.
Bij een torenkraan staat het toplicht op de kattenkop of het hoogste punt van de mast, en hangen de L32-lampen op het uiteinde van de giek en van de contragiek. Draait de giek, dan draaien de lampen mee; dat is precies de bedoeling, want het uiteinde blijft het uiteinde.
De tussenniveaus van maximaal 52 meter volgen uit ICAO en komen op een kraan pas aan de orde boven ongeveer 100 meter mast. De CAA in het Verenigd Koninkrijk heeft die opbouw letterlijk in haar richtlijn CAP 1096 gezet; de meeste andere autoriteiten hanteren dezelfde logica zonder haar op te schrijven.
De melding gaat over meer dan hoogte. Vier factoren bepalen wat er op uw kraan komt.
ICAO Annex 14 is een aanbeveling aan staten, geen wet. Elk land zet haar om in eigen regels en kiest zelf de meldingsgrens en de instantie die beslist. De lichtklassen zijn daardoor overal hetzelfde, de administratie niet. Hieronder de stand van september 2026; controleer voor uw project de actuele eisen bij de autoriteit.
Objecten vanaf 100 meter, ook tijdelijke kranen, meldt u bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij de melding geeft u het aantal en type obstakellichten op. Rond Schiphol en Lelystad is voor bouwkranen een omgevingsvergunning nodig op grond van het Luchthavenindelingbesluit, via het Omgevingsloket.
De Allgemeine Verwaltungsvorschrift zur Kennzeichnung von Luftfahrthindernissen vraagt markering vanaf 100 meter buiten bebouwd gebied en vanaf 150 meter in steden, en binnen de beschermingszones van luchthavens al lager. Kranen gelden als tijdelijke obstakels. De Landesluftfahrtbehörde beslist, op advies van de DFS.
In België beoordeelt skeyes kranen en tijdelijke installaties rond luchthavens; de bebakening staat in circulaire CIR/GDF-03 van het Directoraat-generaal Luchtvaart. In het Verenigd Koninkrijk vraagt de CAA een melding voor kranen hoger dan 10 meter binnen 6 kilometer van een vliegveld en voor kranen vanaf 100 meter overal, minimaal acht weken vooraf; richtlijn CAP 1096 beschrijft de opbouw.
In Frankrijk hebben bouwwerken, ook mobiele, toestemming nodig vanaf 50 meter buiten en 100 meter binnen de bebouwde kom, via de DGAC; de bebakening volgt het arrêté van 23 april 2018. In Spanje is toestemming van AESA nodig binnen de luchtvaartbeperkingszones en voor obstakels vanaf 100 meter; de verlichting wordt per besluit vastgelegd.
Praktisch: neem de melding op in de planning van de kraan, niet in de week van opbouw. De autoriteit legt vast wat de kraan moet voeren, en dat besluit is het document waarop u de lampen bestelt. Wie het omgekeerd doet, koopt soms te veel en soms het verkeerde.
De Lantern Series dekt de twee klassen die op kranen voorkomen, met de besturing eromheen. Alle lampen voldoen fotometrisch aan ICAO Annex 14, deel I, en aan de FAA-typen L-810 en L-864. Standaarduitvoeringen leveren wij uit voorraad; de complete beschrijving, met specificaties en montage, staat op obstakelverlichting voor kranen.
Middelhoge intensiteit type A (wit), dual-mode wit en rood, en Ex-uitvoeringen voor offshorekranen leveren wij op aanvraag. Hoe wij een kraan opbouwen staat op welk licht hoort op welke hoogte.
Het definitieve antwoord komt van de autoriteit. Met deze vier vragen weet u vooraf in welke richting het gaat en welke set u in de planning en de begroting opneemt.
Rode obstakelverlichting is voor de nacht en voor slecht zicht. Overdag wordt een kraan meestal gemarkeerd met kleur of vlaggen; de rode lampen zijn dan uit, en dat is precies wat de schemerschakelaar regelt.
Voor bouwwerken boven 150 meter, en soms al eerder bij een luchthaven, kan de autoriteit wit licht overdag voorschrijven: middelhoge intensiteit type A met 20.000 candela, of een dual-mode uitvoering die overdag wit en bij nacht rood brandt.
Wit licht overdag geeft meer hinder voor omwonenden dan rood licht bij nacht. Vraag het alleen aan als de autoriteit het vraagt, en kies dan een uitvoering die bij schemer terugschakelt.
Waarom een obstakellicht in candela wordt opgegeven en een floodlight in lumen, en wat het verschil is.
De grenswaarden per zone, de regels per Europees land, en wat een knipperend toplicht voor omwonenden betekent.
Wat de beschermingsgraad van een lamp op 60 meter hoogte moet zijn, en wat de cijfers betekenen.
De productpagina met specificaties, opbouw en aanvraag: obstakelverlichting voor kranen.
Heeft u het besluit van de autoriteit al, stuur het dan mee. Dan zeggen wij welke set eraan voldoet, in plaats van een schatting vooraf.
Lumen is de totale hoeveelheid licht die een lamp uitzendt; candela is de lichtsterkte in één richting. Een obstakellicht moet van ver gezien worden, niet iets verlichten, en wordt daarom in candela gespecificeerd. Een L32 van drie watt haalt zo ruim 32 candela rondom.
ICAO Annex 14 koppelt de lichtklasse aan de hoogte van het obstakel boven het terrein. Tot 45 meter is een continu rood licht van 32 candela voldoende zichtbaar voor een piloot op naderingshoogte; daarboven is een sterker, knipperend toplicht nodig omdat het obstakel eerder in het vliegpad komt.
In de meeste Europese landen begint de meldingsplicht bij 100 meter, maar rond luchthavens, helihavens en laagvliegroutes ligt de grens lager. In het Verenigd Koninkrijk geldt binnen 6 kilometer van een vliegveld al 10 meter. Vraag het na bij de autoriteit; zij beslist, ook over de lampen.
De luchtvaartautoriteit, na de melding of vergunningaanvraag. Zij legt vast welke klasse, op welke posities en of er overdag gemarkeerd moet worden. Wij adviseren over de set die daaraan voldoet en leveren die uit voorraad.
ICAO kent daarvoor middelhoge intensiteit type C: continu rood, 2.000 candela. Sommige autoriteiten staan het toe waar knipperen hinder geeft voor omwonenden. Het is een keuze van de autoriteit, niet van de opdrachtgever.
Bij obstakels boven 45 meter beveelt ICAO tussenliggende lichten aan op afstanden van maximaal 52 meter, zodat de hoogte van het obstakel over de hele lengte zichtbaar is. Op een torenkraan komt dat pas aan de orde bij masten van ruwweg 100 meter en hoger.
Rode obstakelverlichting is voor de nacht en voor slecht zicht. Overdag wordt een kraan meestal met kleur of vlaggen gemarkeerd. Voor bouwwerken boven 150 meter kan de autoriteit wit licht overdag voorschrijven.
Dan is een zonnepakket met paneel, accu en laadregelaar de oplossing. Het wordt per project gedimensioneerd op het aantal lampen en de winterse nachtlengte, en werkt zonder externe bekabeling.
Ja, zodra ze de hoogtegrens of de zone raken. Een telescoopkraan die drie dagen op 80 meter werkt bij een luchthaven valt onder dezelfde beoordeling als een torenkraan. Tijdelijk is geen vrijstelling.
Nee. Wij leveren de lampen, de besturing en de montagebeugels en adviseren over de opbouw. De melding of vergunning en de montage op de kraan regelt u zelf of uw kraanverhuurder.
U krijgt binnen één werkdag een voorstel voor de lampen, de posities en de besturing, als complete set op één offerte. Standaarduitvoeringen leveren wij uit voorraad. Heeft u het besluit van de autoriteit al, stuur het mee; dan is het voorstel meteen definitief.