Home / Oplossingen / Terreinverlichting
Wij verlichten bedrijventerreinen, parkeerterreinen, distributiecentra, kades en recyclingterreinen met full cut-off armaturen van 172 lm/W. Het licht valt op het terrein, en niet op de gevels ernaast, de erfgrens of de lucht erboven.
Wat op uw terrein nodig is, hangt af van de taken die er gebeuren: rijden, rangeren, laden, sorteren of alleen parkeren. Die taken vragen elk een eigen niveau, en die niveaus liggen op één terrein naast elkaar. Daarom rekenen wij per zone en niet met een gemiddelde over het hele oppervlak.
DarkLicht netto rendement
Opwaartse lichtstroom, ook toegestaan in zone E1
Levensduur L90B05
Werkt u met een vaste elektrotechnische installateur of een ingenieursbureau, of is het werk aanbesteed? Dan hoeft dat geen reden te zijn om ergens anders te kijken. Wij werken beide routes uit, met dezelfde berekening en dezelfde armaturen.
Lichtplan, levering, montage en inbedrijfstelling met eigen VCA**-monteurs, inclusief masten en fundering waar dat nodig is. Eén aanspreekpunt, één garantie, één factuur, en het onderhoud daarna op contract of op afroep.
Werkt u met een vaste elektrotechnische installateur, of is het werk aanbesteed? Dan leveren wij de armaturen, het lichtplan en het montagemateriaal, en ondersteunen wij de uitvoerende partij met specificaties en montage-instructies.
Zeven terreintypen, met per type waar het licht moet vallen en waar juist niet, welk niveau EN 12464-2 als richtwaarde geeft, welke masthoogte gebruikelijk is en welk risico er speelt. Staat uw terrein er niet bij, dan rekenen wij het op dezelfde manier door.
Op een bedrijventerrein moet het licht op de rijroutes, de laadzones en de looppaden vallen, en juist niet op de erfgrens, de naastgelegen woningen of de lucht. Dat klinkt logisch, maar het is precies waar een terreininstallatie meestal misgaat: gekantelde schijnwerpers op de hoeken van het terrein verlichten het buurperceel mee en laten het midden donker.
Wij ontwerpen vanuit de rijlijn: waar rijdt een vrachtwagen, waar loopt personeel, waar staat opslag die schaduw maakt. EN 12464-2 geeft voor regulier voertuigverkeer een richtwaarde van 20 lux, voor langzaam rijdend intern transport 10 lux en voor looppaden 5 lux. Rond een stilstaande laad- en losplaats loopt dat op naar 50 lux, en op de plek waar goederen worden gehandeld en etiketten worden gelezen naar 100 lux.
Op buitenopslag telt daarnaast de stapelhoogte: pallets, containers of bulk van vier meter hoog maken een schaduw die met een lage mast niet te vullen is. Vaak is één hogere mast met één armatuur daar goedkoper en effectiever dan drie lage.
| Rijroutes | 20 lux |
| Intern transport | 10 lux |
| Looppaden | 5 lux |
| Masthoogte | 8 tot 15 m |
| Armatuur | DarkLicht, full cut-off |
Heftruck- en vrachtverkeer op dezelfde route als personeel. Verblinding vanuit een lage schijnwerper is hier een veiligheidsrisico, geen comfortpunt.
Bedrijfsterrein met vlakstralers op mast; het licht blijft binnen de terreingrens
Een parkeerterrein wordt niet verlicht om auto’s te zien maar om mensen te laten zien en gezien worden. Sociale veiligheid is hier het ontwerpdoel: gezichten herkenbaar op enkele meters, geen donkere hoeken tussen de rijen, en geen lichtvlek die de rest van het terrein juist donkerder laat lijken.
EN 12464-2 geeft voor parkeren richtwaarden die met de intensiteit meelopen: licht gebruik 5 lux, gemiddeld 10 lux, zwaar gebruik 20 lux, met de looproutes en de in- en uitrit als aparte zone. Belangrijker dan het gemiddelde is de gelijkmatigheid van 0,25 die de norm daarbij vraagt: een terrein met 20 lux gemiddeld maar 2 lux in de hoeken voelt onveiliger dan een terrein met 10 lux dat overal gelijk is.
Voor laadpleinen is de norm sinds 2024 concreet. Bij een laadpunt in een verlichte omgeving geldt 20 lux, met daarbovenop 50 lux verticaal op de laadpaal als het display niet zelf oplicht. Wij zetten de armaturen daarom op de rijbaan en niet boven de vakken, zodat de paal leesbaar is zonder dat de auto ernaast in een lichtbak staat, en dimmen na de laatste bezetting.
| Zwaar gebruik | 20 lux |
| Gemiddeld gebruik | 10 lux |
| Licht gebruik | 5 lux |
| Laadpunt | 20 lux, plus 50 lux verticaal |
| Masthoogte | 6 tot 10 m |
Sociale veiligheid en aansprakelijkheid. Donkere hoeken tussen de rijen zijn de meest voorkomende klacht, en de eerste plek waar een verzekeraar naar kijkt.
Autonome lichtmast op een terrein zonder voeding
Bij een distributiecentrum ligt het zwaartepunt op de docks en de manoeuvreerruimte ervoor. Daar wordt gereden, gerangeerd, gescand en gelezen, vaak achteruit en vaak in de regen. Het licht moet dus van boven en van de zijkant komen, en niet vanuit de richting waarin een chauffeur kijkt.
De norm splitst het overslagterrein in twee zones: 50 lux op het rijgedeelte en 100 lux waar de goederen daadwerkelijk worden gehandeld, met een gelijkmatigheid van 0,50 en een strengere glare rating van 45. Direct bij de poort naar de binnenopslag loopt dat op naar 200 lux, omdat daar gelezen en gescand wordt; de doorgaande route over het terrein zit op 20 lux.
Het lastige is de overgang. Een chauffeur die van 200 lux bij de poort naar 20 lux op het terrein rijdt, heeft even niets. Wij bouwen die overgang op met een tussenzone in plaats van een grens, en leggen bij 24-uursoperaties een dimprofiel per zone vast met de docks als uitzondering. Wat daarbij helpt is dat de norm bij onbezette zones een lager niveau toestaat, zodat het terrein buiten de piek rustig kan meelopen zonder dat er ergens een donkere hoek ontstaat.
| Goederenhandling | 100 lux |
| Rijgedeelte overslagzone | 50 lux |
| Poortzone naar binnenopslag | 200 lux |
| Terreinroutes | 20 lux |
| Masthoogte | 10 tot 15 m |
Achteruit aanrijden op het dock, en de sprong van 200 naar 20 lux. Adaptatie kost een chauffeur seconden die hij daar niet heeft.
Logistiek terrein met verlichting op portalen en masten
Op een kade of containerterminal is elke mast een obstakel. Daarom werkt hier hoger plaatsen met minder posities beter dan een dicht raster van lage masten: meer vrije ruimte om te rijden, te stapelen en te kranen. Wij plaatsen high mast tot 50 meter en zetten daar armaturen op die 172 lm/W halen.
De norm behandelt de kade en de terminal apart: 10 lux voor kades en ligplaatsen, 30 lux voor het laden en lossen van lading, 50 lux voor het koppelen van slangen, leidingen en trossen en voor de gevaarlijke delen van looppaden, en 100 lux voor een containerterminal met frequent verkeer. Wat de norm niet vertelt en de praktijk wel: op een kade telt de verblinding voor de kraanmachinist en voor de schipper minstens zo zwaar als de lux op het dek. Een armatuur dat vlak hangt en zijn bron wegwerkt achter de reflector, schijnt niet in een stuurhut.
Zoutlucht is hier het tweede thema. Wij leveren uitvoeringen in 316L waarop twintig jaar garantie op de behuizing geldt, met vijf jaar op de overige onderdelen. Bij BUSS Terminal Eemshaven, DFDS Vlaardingen en P&O Ferries Europoort staat die combinatie van hoogte, cut-off en corrosieklasse in bedrijf.
| Containerterminal | 100 lux |
| Laden en lossen van lading | 30 lux |
| Kades en ligplaatsen | 10 lux |
| Masthoogte | tot 50 m, high mast |
| Uitvoering bij zoutlucht | 316L |
Verblinding voor kraanmachinist en schipper, en corrosie. Beide zijn ontwerpkeuzes en geen onderhoudsprobleem.
DFDS Vlaardingen: kade en terminalyard, verlicht zonder uitstraling naar de omgeving
Op een recycling- of grondstoffenterrein staat stof in de lucht en verandert de indeling continu: bergen groeien, rijroutes verschuiven, een shovel rijdt vandaag anders dan vorige week. Een vast lichtraster dat is uitgelegd op de indeling van drie jaar terug klopt daar zelden nog.
Wij rekenen zulke terreinen daarom op zones die kunnen verschuiven, met hogere masten en bredere bundels in plaats van veel lokale punten. De norm noemt het recyclingterrein met containers en afvalscheiding apart, op 30 lux; voor de handling eromheen geldt 20 lux bij kortdurend werk, 50 lux zodra dat continu gebeurt of er met een kraan wordt gewerkt, en 100 lux waar adressen en etiketten gelezen worden. Dat laatste is precies de acceptatie en de weegbrug.
Stof is het onderhoudsthema. Een armatuur met een vlakke, gladde lens vervuilt langzamer dan een geribbelde kap, en één armatuur per mast betekent één schoonmaakbeurt per positie in plaats van vier. Dat verschil zit niet in de aanschaf maar wel in het onderhoudscontract.
| Acceptatie en weegbrug | 100 lux |
| Continue handling en kraanwerk | 50 lux |
| Recyclingterrein | 30 lux |
| Rijroutes | 20 lux |
| Masthoogte | 12 tot 20 m |
Stofbelasting op de optiek en een indeling die verandert. Beide vragen om reserve in het lichtplan, niet om extra armaturen achteraf.
Overslagterrein in bedrijf, verlicht vanaf hoge mastposities
Een bouwplaats verandert elke week en heeft in het begin vaak nog geen voeding. Dat maakt de verlichting een logistiek vraagstuk: hoe snel staat het, hoe snel verplaatst het, en wat gebeurt er als het bouwvolume omhoog gaat en de mast van vorige maand ineens in de schaduw van de kraan staat.
De norm heeft voor bouwplaatsen een eigen reeks die met de taak meeloopt: 20 lux voor ontgraven, opruimen en laden, 50 lux voor bouwzones, transport en opslagwerk, 100 lux voor het stellen van elementen, wapening en leidingwerk, en 200 lux voor veeleisende montage en verbindingen. Die twee hoogste niveaus haalt u niet met terreinverlichting alleen; daar hoort lokale, verplaatsbare verlichting bij, en dat zegt de norm er zelf bij.
Wij werken hier met verplaatsbare opstellingen en met autonome masten op zonne-energie waar nog geen kabel ligt. Omdat een bouwplaats vaak middenin een woonwijk ligt, is de cut-off hier geen luxe. Bij HSB in Hilversum is een bouwplaats volgens DarkSky-uitgangspunten verlicht: werkniveau op de plaats, niets omhoog en niets over de erfgrens.
| Veeleisende montage | 200 lux |
| Stellen, wapening, leidingwerk | 100 lux |
| Bouwzones en transport | 50 lux |
| Ontgraven, opruimen, laden | 20 lux |
| Opstelling | verplaatsbaar of autonoom |
Klachten uit de directe omgeving, en een indeling die per week verandert. Verplaatsbaarheid en cut-off wegen hier zwaarder dan de laagste prijs per armatuur.
Bouwterrein Heijmans Assendelft: werkniveau op de plaats, donker daarbuiten
Een agrarisch erf is een werkterrein met een woning erop en meestal open buitengebied eromheen. Dat maakt de lichthinderkant hier bepalend: het erf ligt in de praktijk in omgevingszone E1 of E2, waar de norm 0 procent respectievelijk 2,5 procent opwaartse lichtstroom toestaat en na het curfew-tijdstip vrijwel geen licht op gevels van derden. De grenswaarden per zone staan compleet in lichthinder en full cut-off.
Op het erf zelf werkt de norm met drie niveaus: 20 lux op het erf en de rijroute, 50 lux in een open werktuigenberging en 50 lux waar vee wordt gesorteerd, met 5 lux op de looppaden. De gelijkmatigheid op het erf is met 0,10 laag, wat betekent dat één goed geplaatste mast met een brede cut-off bundel meestal volstaat. Waar vee loopt, telt de driverkeuze mee: geen zichtbare flikkering en geen lichtpunt op ooghoogte.
Autonome uitvoeringen zijn hier vaak praktisch, omdat een lichtpunt aan de rand van het erf of bij een veldschuur zelden een kabel heeft. Een mast op zonne-energie met een cut-off armatuur geeft licht op het erf zonder dat de hele polder meekijkt.
| Open werktuigenberging | 50 lux |
| Erf en rijroute | 20 lux |
| Looppaden | 5 lux |
| Omgevingszone | meestal E1 of E2 |
| Opwaartse lichtstroom | 0 tot 2,5% |
Uitstraling naar open buitengebied en naar de eigen woning. Vee reageert daarnaast op flikkering, dus de driverkeuze telt mee.
Buitenterrein gelijkmatig verlicht vanaf de terreinrand
Een campus, een rangeeremplacement, een tijdelijk evenemententerrein of een sportpark: het rekenwerk verandert niet. Wij kijken naar de taken op het terrein, de zones waarin die gebeuren, de omgeving eromheen en de masten of gebouwen die er al staan. Voor sportvelden geldt een eigen norm; die staat op sportveldverlichting.
Een terreintekening of een schermafdruk van de kaart, de gewenste taken per zone, wat er nu hangt en hoeveel, en of er woningen of natuurgebied aan het terrein grenzen. Met die vier dingen maken wij een berekening; de rest vullen wij samen aan.
EN 12464-2 werkt met taken en zones, niet met één getal per terreintype. Op een gemiddeld bedrijfsterrein liggen daarom drie tot vijf niveaus naast elkaar: 5 lux op looppaden, 10 lux voor langzaam intern transport, 20 lux op rijroutes en 100 lux op de plek waar goederen worden gehandeld. Een gemiddelde over het hele oppervlak zegt niets: het verbergt de donkere hoeken en het overbelicht wat geen licht nodig heeft.
Naast het niveau telt de gelijkmatigheid. Een terrein met 20 lux gemiddeld maar 2 lux tussen de rijen voelt onveiliger dan een terrein met 10 lux dat overal gelijk is. Wij rekenen daarom per zone op niveau én gelijkmatigheid, met de gevelpunten van de omgeving erbij, en leveren die berekening als document op.
| Looppaden en voetgangersroutes | 5 lux |
| Langzaam rijdend intern transport | 10 lux |
| Rijroutes en regulier voertuigverkeer | 20 lux |
| Parkeren bij zwaar gebruik | 20 lux |
| Overslag en containerhandling | 50 lux |
| Goederenhandling en laad- en losplaats | 100 lux |
Richtwaarden uit EN 12464-2:2024, per zone en per taak. Waar de norm een verhoogde waarde toestaat, ligt het niveau hoger: bij een laad- en losplaats bijvoorbeeld 150 lux. Wat er op uw terrein geldt, volgt uit de zone-indeling in de berekening.
De DarkLicht heeft een modulaire reflectoroptiek waarin de lichtbron wegvalt achter de afscherming. Het armatuur hangt vlak in plaats van gekanteld, waardoor er per definitie niets boven de horizontaal uitstraalt. Dat is het verschil tussen een terrein dat verlicht is en een terrein dat de hele omgeving meeneemt.
Op terreinen werken wij met de grotere uitvoeringen: DarkLicht One, Two en Three van 400 tot 1.800 W op masten, DarkLicht M voor lagere posities en DarkLicht D waar het compact moet. Eén armatuur per mast is daarbij het uitgangspunt: minder montagepunten, minder bekabeling, minder onderhoud op hoogte en minder windbelasting op de mast.
| Rendement | 172 lm/W netto |
| Levensduur | 103.500 uur, L90B05 |
| AC-drivers | > 130.000 uur |
| Opwaartse lichtstroom | 0%, full cut-off |
| Beschermingsgraad | IP67 / IK08 |
| Kleurtemperatuur | 3000, 4000 of 5700 K; amber 2200 K |
| Montage | vlak, één armatuur per mast |
| Uitvoering bij zoutlucht | 316L |
Garantie: vijf jaar op het complete armatuur. Zolang er een onderhoudscontract loopt bij ons of bij een door ons aangewezen partij, verlengen wij de garantie op de behuizing naar tien jaar. Voor volledig 316L geldt twintig jaar op de behuizing en vijf jaar op de overige onderdelen.
DarkLicht Two, EXT-uitvoering met externe driver
Terreinverlichting is de meest voorkomende bron van lichtklachten bij bedrijven, en de gemeente heeft er meer instrumenten voor dan de meeste ondernemers denken. Hieronder wat er kan worden vastgelegd, wat er per omgevingszone is toegestaan, en welke stukken wij bij een aanvraag meeleveren.
Voor een bedrijventerrein is E2 of E3 gebruikelijk. Grenst het terrein aan Natura 2000 of aan open buitengebied, dan geldt E1, en is 0 procent opwaartse lichtstroom de enige toegestane waarde.
| Zone | Wat het is | Gevels vóór / ná curfew | Omhoog |
|---|---|---|---|
| E0 | Van nature volledig donker: donkere-hemelparken en observatoria | 0 / 0 lux | 0% |
| E1 | Van nature donker: nationale parken, Natura 2000, beschermde gebieden | 2 / 0 lux | 0% |
| E2 | Landelijk woon- of industriegebied | 5 / 1 lux | 2,5% |
| E3 | Buitenwijken en industrie | 10 / 2 lux | 5% |
| E4 | Stadscentra en winkelgebieden | 25 / 5 lux | 15% |
Waarden uit EN 12464-2:2024, tabel 4. Het curfew-tijdstip is het moment waarop de gemeente de avond laat overgaan in de nacht; is er geen curfew-regeling, dan geldt de hoogste waarde als grens en de laagste als streefwaarde.
Een full cut-off armatuur straalt per definitie niets boven de horizontaal uit, dus de opwaartse lichtstroom is 0 procent. Bij een gekantelde schijnwerper is dat onmogelijk: de bundel loopt dan door boven de horizontaal, hoe goed de afscherming ook is.
Wij zijn aangesloten bij de NSVV-gedragscode lichtberekeningen. Onze berekeningen zijn daarmee navolgbaar opgezet, en dat is precies wat een gemeente of adviesbureau bij een toetsing wil zien.
Op een terrein zit de tweede besparing niet in het armatuur maar in het regime. Een distributiecentrum dat tussen 01.00 en 05.00 uur stilligt hoeft daar niet op werkniveau te branden, en een parkeerterrein hoeft alleen vol licht te geven waar iemand loopt.
De basis, en de plek waar de meeste terreinen uren weggeven: schakelen op lichtwaarde in plaats van op een vaste klok scheelt in het voor- en najaar tientallen uren per jaar.
Niet het hele terrein hoeft hetzelfde regime te volgen. Docks, hekwerk en parkeervakken hebben elk hun eigen tijden; met zones houdt u de uren laag zonder ergens in het donker te komen.
Op parkeerterreinen en achterterreinen: 20 procent basisniveau, vol niveau als er iemand komt. Dat is voor het oog rustiger dan aan en uit, en het houdt de sociale veiligheid overeind.
Een terrein dat tussen 01.00 en 05.00 uur stilligt, kan in die uren terug naar 30 tot 50 procent. In het rekenvoorbeeld hieronder is dat het verschil tussen € 14.285 en circa € 11.400 per jaar.
Waar de omgeving of de ecologie dat vraagt, leveren wij een amberuitvoering van 2200 K. Insecten en vleermuizen reageren daar aanzienlijk minder op dan op wit licht, en het valt in het landschap minder op.
Wie op verbruik wil sturen, moet het kunnen zien. Wij leveren de installatie zo op dat het vermogen per groep meetbaar is, zodat een dimprofiel later ook te onderbouwen is.
Wij rekenen op deze pagina met € 0,248 per kWh exclusief btw en 4.000 branduren per jaar bij schemerschakeling. Beide staan er zichtbaar, zodat u ze kunt vervangen door uw eigen cijfers.
| Terrein | circa 2 hectare, gemengd gebruik |
| Masten | 12, één armatuur per mast |
| Vermogen per armatuur | 1.200 W |
| Opgenomen vermogen | 14,4 kW |
| Branduren per jaar | 4.000, schemerschakeling |
| Verbruik per jaar | 57.600 kWh |
| Energiekosten per jaar bij € 0,248 excl. btw | € 14.285 |
| Met nachtdimming naar 50% tussen 01.00 en 05.00 | circa € 11.400 |
Voorbeeldopstelling, met één armatuur per mast. Draait uw terrein 24 uur per dag, dan lopen de branduren op; met bewegingsdetectie op de achterterreinen juist omlaag. Wat het bij u wordt, hangt af van wat er nu hangt en van uw schakelregime.
Er is geen subsidie speciaal voor terreinverlichting, en op de Energielijst 2026 staat er geen eigen EIA-code voor. Wat overblijft is de generieke route 310000, met een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar. Of uw project daarbinnen valt, hangt af van uw huidige installatie, uw branduren en uw fiscale positie.
Hoe die route werkt, staat op EIA en LED-verlichting, inclusief de terugverdientijdformule. Wij beloven op deze pagina geen percentage: dat is aan RVO en uw eigen adviseur.
Valt uw bedrijf onder de energiebesparingsplicht, dan kan het bovendien geen keuze zijn maar een verplichting: terreinverlichting staat op de Erkende Maatregelenlijst.
Waar de winst zeker zit, is in het verbruik. Dat verschil is narekenbaar, en het schakelregime doet er nog een slag bovenop.
Hoe hoger het armatuur hangt, hoe kleiner de hoek waaronder het licht op het terrein valt. Daardoor blijft het licht op het oppervlak in plaats van erlangs, en hoeft er niet gekanteld te worden. Juist dat kantelen veroorzaakt hinder en verblinding. Een hogere mast met minder posities is daarom vaak rustiger én goedkoper in onderhoud dan een dicht raster van lage masten.
| Parkeerterrein en P+R | 6 tot 10 m |
| Bedrijventerrein en buitenopslag | 8 tot 15 m |
| Distributiecentrum en docks | 10 tot 15 m |
| Recycling en overslag | 12 tot 20 m |
| Haven, kade en terminal | tot 50 m, high mast |
| Bouwplaats en tijdelijk terrein | verplaatsbaar, 6 tot 12 m |
Indicatief, en altijd de uitkomst van de lichtberekening. Bij bestaande masten beoordelen wij eerst of ze het nieuwe gewicht en windvangend oppervlak dragen.
Let bij elk beeld op wat er níet licht geeft: de lucht boven de mast, de gevels achter het terrein en de percelen langs de erfgrens. Dat is waar een terreininstallatie op wordt afgerekend.
Ferryterminal en kade
Terminalyard en kade verlicht met full cut-off vlakstralers op high mast, zonder uitstraling naar de omgeving of naar de stuurhut.
Bedrijfsterrein
Rijroutes, laadzone en looppaden per zone gerekend; het licht blijft binnen de terreingrens van een terrein midden in de stad.
Bouwplaats naast bewoning
Werkniveau op de plaats, donker daarbuiten. Verplaatsbare opstelling die met het bouwvolume meebeweegt.
Recycling en grondstoffen
Hoge mastposities met bredere bundels, zodat de indeling kan verschuiven zonder dat het lichtplan opnieuw moet.
Distributie en docks
100 lux op de goederenhandling bij het dock, met een tussenzone naar de terreinroute zodat een chauffeur niet van licht naar donker rijdt.
Parkeren zonder voeding
Lichtmast op zonne-energie met cut-off armatuur, op een terrein waar geen kabel lag en niet gegraven kon worden.
Voert u het werk zelf uit, of schrijft u het bestek? Dan zijn dit de dingen die u van ons wilt weten voordat u ons opneemt in een aanbieding.
Staat uw vraag er niet bij, leg de situatie voor via het formulier. Een engineer beoordeelt hem en reageert binnen 1 werkdag.
Dat hangt af van de taken per zone en niet van het terreintype. EN 12464-2 geeft richtwaarden: 5 lux op looppaden, 10 lux voor langzaam intern transport, 20 lux op rijroutes en bij zwaar parkeergebruik, 50 lux op het rijgedeelte van een overslagzone en 100 lux waar goederen worden gehandeld of etiketten worden gelezen. Op één terrein liggen die niveaus naast elkaar, dus rekenen wij per zone.
Dat hangt af van het aantal posities, de masthoogte en of er masten en kabelwerk bij komen. Wat wij wel kunnen aangeven is de exploitatiekant: in ons rekenvoorbeeld van twaalf masten van 1.200 W bij 4.000 branduren komt het verbruik op 57.600 kWh per jaar, ofwel circa € 14.285 bij € 0,248 per kWh exclusief btw. Met nachtdimming zakt dat naar circa € 11.400.
Er is geen subsidie speciaal voor terreinverlichting, en op de Energielijst 2026 staat er ook geen eigen EIA-code voor. Wat overblijft is de generieke route 310000, met een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar. Hoe dat werkt staat op onze pagina over de EIA; wij beloven vooraf geen percentage.
Dat het armatuur boven de horizontaal niets uitstraalt. De lichtbron valt weg achter de reflector en het armatuur hangt vlak in plaats van gekanteld. De opwaartse lichtstroom is daarmee 0 procent, en dat is de enige waarde die in omgevingszone E1 is toegestaan.
Vaak wel. Een nieuw armatuur heeft een ander gewicht en windvangend oppervlak dan wat er hing, dus de mast wordt opnieuw beoordeeld. Met één armatuur per mast in plaats van vier gaat de belasting meestal juist omlaag.
Hoe hoger het armatuur hangt, hoe kleiner de hoek waaronder het licht op het terrein valt. Daardoor blijft het licht op het oppervlak in plaats van erlangs, en hoeft er niet gekanteld te worden. Juist dat kantelen veroorzaakt hinder en verblinding.
Voor het vervangen van armaturen op bestaande masten meestal niet; voor nieuwe of hogere masten vaak wel. Kijk eerst in het bestemmings- of omgevingsplan naar de maximale masthoogte en naar bepalingen over lichtuitstraling, en houd rekening met de APV.
Door te ontwerpen op de omgevingszone en niet alleen op het terrein. Wij rekenen de gevelpunten van de omgeving mee en houden de opwaartse lichtstroom op 0 procent. Bij een klacht is die berekening ook uw onderbouwing richting gemeente of omgevingsdienst.
Dat is een advies van een energieadviseur over het gebouw of de accommodatie als geheel, en het is bijvoorbeeld een voorwaarde bij DUMAVA. Wij leveren de verlichtingscijfers die erin horen, maar het advies zelf komt van een energieadviseur.
Ja, voor terreinranden, veldschuren, tijdelijke opstellingen en parkeerterreinen zonder voeding. Een autonome mast met cut-off armatuur voorkomt dat er een tracé gegraven moet worden.
Op parkeerterreinen en achterterreinen wel: 20 procent basisniveau en vol niveau bij beweging. Op rijroutes van vrachtverkeer doen wij het niet, omdat een chauffeur licht nodig heeft voordat hij de zone binnenrijdt.
Voor kades, terminals en kustlocaties leveren wij uitvoeringen in 316L. Daarop geldt twintig jaar garantie op de behuizing en vijf jaar op de overige onderdelen. Corrosieklasse is een ontwerpkeuze en geen onderhoudsprobleem.
103.500 uur, L90B05: na die tijd geeft ten minste 95 procent van de armaturen nog minimaal 90 procent van de oorspronkelijke lichtopbrengst. De AC-drivers gaan meer dan 130.000 uur mee.
Een engineer reageert binnen 1 werkdag op uw aanvraag. De doorlooptijd van de uitvoering hangt af van de levertijd van masten en armaturen en van de vraag of er gegraven moet worden; die geven wij per project op.
Ja. Wij hangen op verzoek een armatuur op uw eigen mast of gevel, zodat u het op uw eigen terrein ziet voordat er iets besloten wordt. Dat is voor een terreininstallatie overtuigender dan elke brochure.
Ja. Wij leveren en installeren in Vlaanderen, aan bedrijventerreinen, havenlocaties en logistieke terreinen. Onze berekeningen houden rekening met de Vlaamse regelgeving rond lichtvervuiling en met wat het havenbedrijf aanvullend vraagt.
Wij maken de berekening kosteloos, ook zonder opdracht, en zeggen erbij welk niveau per zone van toepassing is, welke masthoogte daarbij hoort en wat de omgeving toestaat. Uw aanvraag wordt beoordeeld door een engineer; wij reageren binnen 1 werkdag.
Liever direct contact?
Wij leveren en installeren ook in Vlaanderen, aan bedrijventerreinen, havenlocaties en logistieke terreinen. Onze berekeningen houden rekening met de Vlaamse regelgeving rond lichtvervuiling en met wat het havenbedrijf aanvullend vraagt. U belt hetzelfde nummer en krijgt dezelfde engineer.