Vijf verschillende dingen worden “efficiëntie” genoemd, en ze schelen onderling tientallen procenten. Wie een netto systeemwaarde tegen een chipwaarde legt, vergelijkt niet twee armaturen maar twee meetmethodes.
Wij houden 172 lm/W netto aan, gemeten aan het complete armatuur met driververlies inbegrepen. Hieronder wat de vijf waarden betekenen, wat een verschil in lm/W op een terrein aan energie kost, en de vijf vragen waarmee u een opgave controleert.
Een chipwaarde bij kamertemperatuur zonder driververlies ligt 20 tot 40% boven wat hetzelfde armatuur op een mast in juli levert. Beide getallen mogen “lm/W” heten. Vraag daarom altijd of de opgave het complete armatuur betreft, inclusief driver, en bij welke temperatuur er is gemeten.
Van de LED-chip tot de vierkante meter op uw terrein gaat er onderweg licht verloren. Elk van deze vijf waarden meet een ander stuk van die keten, en alleen de laatste twee gaan over uw energierekening.
Een rekenvoorbeeld: dezelfde containerterminal van 24.000 m² op dezelfde 50 lux, met dezelfde bundelvorm en dezelfde uitkomst op de grond. Het enige verschil is het rendement van het armatuur: 172 lm/W netto tegen 130 lm/W netto, een waarde die in de markt gangbaar is.
Aannames: 4.000 branduren per jaar bij schemerschakeling, €0,248 per kWh exclusief BTW, 65% van de uitgezonden lumen landt op het terrein. Een voorbeeld, geen projectopgave: uw branduren en uw kWh-prijs bepalen het bedrag.
Op de energierekening, elk jaar opnieuw. Maar ook op de investering: minder vermogen betekent vaak een lichtere voeding, dunnere kabels en soms een groep minder. Op een terrein met lange kabeltraces is dat een reële post.
En het werkt door in de fiscale kant. De generieke EIA-code voor voorzieningen bij bestaande bedrijfsgebouwen stelt een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar. Rendement en branduren zijn precies de twee getallen die bepalen waar u in dat venster landt.
Let op de tegenintuïtieve kant: valt de terugverdientijd onder de vijf jaar, dan valt de investering buiten die code, en is de maatregel bij een energiebesparingsplicht mogelijk juist verplicht.
Het netto rendement verschilt per uitvoering. Bij de DarkLicht-series noemen wij het per uitvoering; de waarde die bij een concreet product hoort, staat op de productpagina en op het datasheet. Bij de floodlights staan de lichtstroom en het vermogen op het datasheet, en daaruit rekent u de netto lm/W zelf na.
Op het datasheet staat het rendement per uitvoering, zonder formulier te downloaden. Wat een installatie op uw terrein aan vermogen vraagt, rekenen wij kosteloos door in een lichtberekening; voor de bijbehorende masten en kabeltraces staat alles op lichtmasten en high mast.
Deze vijf vragen halen de meeste appels-met-perenvergelijkingen eruit. Staat het antwoord niet op het datasheet, dan is dat zelf al een antwoord.
Eerlijk gezegd: een paar procent verschil in lm/W valt weg tegen de vier keuzes hieronder. Wij verkopen graag armaturen, maar dit is waar de besparing werkelijk zit.
De percentages zijn ordegroottes uit onze eigen projecten en geen belofte: wat het bij u oplevert, hangt af van uw huidige installatie, uw branduren en het gebruik van het terrein.
Waarom meer lumen niet meer licht op de grond betekent, en hoeveel er op het terrein landt.
Hoe u een levensduuropgave leest, en waarom een getal zonder LB-code niets zegt.
Wat de codes garanderen, en de vijf dingen die ze niet dekken.
Alle onderwerpen bij elkaar staan op subsidie en kennisbank.
Wilt u weten wat het op uw eigen terrein scheelt, dan is een lichtberekening met een vermogensvergelijking sneller dan een uitleg. Die maken wij kosteloos.
Lumen per watt: de lichtstroom die een armatuur uitzendt, gedeeld door het vermogen dat het opneemt. Hoe hoger, hoe minder energie u nodig hebt voor hetzelfde licht. De valkuil is dat er vijf verschillende getallen zo genoemd worden, van de LED-chip tot het complete armatuur.
Netto is gemeten aan het complete armatuur, met het opgenomen vermogen inclusief driver. Bruto rekent alleen de LED-module. Het verschil is doorgaans 10 tot 15%. Wij houden 172 lm/W netto aan voor de DarkLicht-serie en vergelijken alleen netto met netto.
Meestal omdat dat de chipwaarde is, gemeten aan de LED-module bij gunstige temperatuur en zonder driververlies. Dat is geen onwaarheid, maar het is een ander getal dan wat het armatuur op een mast levert. Vraag daarom of de opgave het complete armatuur betreft, inclusief driver, en bij welke temperatuur er is gemeten.
Voor het verbruik wel, maar het is zelden de grootste factor. Een verschil van een paar procent in netto lm/W tussen twee armaturen weegt niet op tegen de keuzes op installatieniveau: niet meer lux dan nodig aanhouden en een dimprofiel voor de nachturen leveren samen makkelijk 30 tot 50%. Een armatuur met iets minder lm/W maar een betere optiek kan bovendien minder vermogen vragen, omdat er meer licht op het vlak landt.
Vermogen in kW × branduren per jaar = kWh, en kWh × uw kWh-prijs = de kosten. Voor een terrein rekenen wij met 4.000 branduren bij schemerschakeling en €0,248 per kWh exclusief BTW; voor een sportveld met 500 branduren en €0,30 inclusief BTW. Meng die twee rekenbases niet.
Het rendement daalt als de junctietemperatuur van de LED stijgt, en die stijgt met de omgevingstemperatuur en met een slechte warmteafvoer. Daarom is de thermische opbouw van een armatuur net zo bepalend als de LED zelf, en daarom hoort bij een opgave de temperatuur waarbij is gemeten.
Voor lichtbronnen bestaat een energielabel, maar professionele buitenarmaturen worden in de praktijk vergeleken op netto lm/W en op het vermogen dat de installatie vraagt. Voor een terreinproject is dat laatste het getal dat telt; een labelklasse zegt niets over hoeveel licht er op uw terrein landt.
Indirect. De generieke code voor voorzieningen in of bij bestaande bedrijfsgebouwen stelt een terugverdientijd van ten minste 5 en maximaal 25 jaar. Rendement en branduren bepalen waar u in dat venster landt. Verdient de investering zich sneller dan vijf jaar terug, dan valt hij juist buiten die code, en bij een energiebesparingsplicht is de maatregel dan mogelijk verplicht.
Dat volgt uit het lichtniveau. In onze rekenvoorbeelden komt zowel een terminal op 50 lux als een sportveld op 200 lux uit rond 0,009 W per m² per lux. Dat is een vuistregel uit onze eigen twee voorbeelden en geen norm. Zit een aanbieding daar ruim boven bij hetzelfde lichtniveau, dan is dat een aanwijzing dat er licht naast het vlak verdwijnt.
Bij de projecten die wij hebben vervangen, ligt de gemeten besparing tussen 68 en 80% op het verbruik van de verlichting. Het grootste deel daarvan komt van het vervangen van de oude bron; sturing en het juiste lichtniveau doen de rest. Wat het bij u wordt, hangt af van wat er nu hangt en van uw branduren.
Vermogen oud en nieuw, branduren, kWh en euro per jaar, met de aannames erbij. Dat is dezelfde onderbouwing die u nodig hebt voor een EIA-melding of een subsidieaanvraag. Kosteloos, en binnen één werkdag antwoord van een engineer.
Zoek de waarden voor uw eigen armatuur op
Alle uitvoeringen staan in een tabel, met de datasheet en het lichtbestand per artikel.