...

Home / Kennis / Energie-efficiëntie

Lichtrendement in lm/W

Energie-efficiëntie: lm/W is het meest opgepoetste getal op een datasheet

Vijf verschillende dingen worden “efficiëntie” genoemd, en ze schelen onderling tientallen procenten. Wie een netto systeemwaarde tegen een chipwaarde legt, vergelijkt niet twee armaturen maar twee meetmethodes.

Wij houden 172 lm/W netto aan, gemeten aan het complete armatuur met driververlies inbegrepen. Hieronder wat de vijf waarden betekenen, wat een verschil in lm/W op een terrein aan energie kost, en de vijf vragen waarmee u een opgave controleert.

In één alinea
Vergelijk netto met netto, of vergelijk niets.

Een chipwaarde bij kamertemperatuur zonder driververlies ligt 20 tot 40% boven wat hetzelfde armatuur op een mast in juli levert. Beide getallen mogen “lm/W” heten. Vraag daarom altijd of de opgave het complete armatuur betreft, inclusief driver, en bij welke temperatuur er is gemeten.

En let op wat er ná het armatuur gebeurt: een dimprofiel bespaart meer dan 10% lm/W. Efficiëntie is een installatievraag, niet alleen een productvraag.
De begrippen

Vijf getallen die allemaal efficiëntie heten

Van de LED-chip tot de vierkante meter op uw terrein gaat er onderweg licht verloren. Elk van deze vijf waarden meet een ander stuk van die keten, en alleen de laatste twee gaan over uw energierekening.

Waarde
Eenheid
Wat het meet
Waar het misgaat
Chiprendement
labwaarde
lm/W
Wat de LED-module levert, gemeten aan de module en meestal bij gunstige temperatuur.
Dit is het getal dat in advertenties staat. Het ligt 20 tot 40% boven wat het armatuur op een mast doet.
Optisch rendement
LOR
%
Hoeveel van het licht van de module het armatuur ook werkelijk uit komt, na lens, glas en reflector.
Staat vaak niet op het datasheet, terwijl juist een strakke optiek hier iets kost en verderop veel oplevert.
Netto systeemrendement
de vergelijkbare waarde
lm/W
Wat het complete armatuur uitzendt, gedeeld door het opgenomen vermogen inclusief driver.
Vraag hier expliciet naar. Alleen deze waarde is tussen twee leveranciers te vergelijken.
Utilisatie op het vlak
installatieniveau
%
Welk deel van de uitgezonden lumen op het te verlichten oppervlak landt en niet in de omgeving.
Gebruikelijk 40 tot 55% bij buitenverlichting. Dit weegt zwaarder dan het verschil in lm/W tussen twee armaturen.
Vermogen per m² per lux
het eindresultaat
W/m²
Wat de hele installatie vraagt voor het gevraagde lichtniveau. Hierin zitten alle bovenstaande verliezen.
Dit is het enige getal dat één op één op uw energierekening staat, en het staat nooit op een datasheet.
De keten in één regel: chiplumen → optisch verlies in het armatuur → driververlies → wat het armatuur uitzendt → wat er op uw vlak landt. Onze 172 lm/W zit op de vierde plek in die rij: netto, aan het complete armatuur. Wat er daarna op het terrein terechtkomt, staat in het artikel over lichtstroom en lichtsterkte.
Doorgerekend

Wat 42 lm/W verschil kost op één terrein

Een rekenvoorbeeld: dezelfde containerterminal van 24.000 m² op dezelfde 50 lux, met dezelfde bundelvorm en dezelfde uitkomst op de grond. Het enige verschil is het rendement van het armatuur: 172 lm/W netto tegen 130 lm/W netto, een waarde die in de markt gangbaar is.

Per jaar
172 lm/W
130 lm/W
Benodigd op het terrein
1.200.000 lm
1.200.000 lm
Bruto lichtstroom bij 65% utilisatie
1.857.600 lm
1.857.600 lm
Benodigd vermogen
10,8 kW
14,3 kW
Verbruik per jaar
43.200 kWh
57.157 kWh
Energiekosten per jaar
€10.714
€14.175
Verschil per jaar, in het voordeel van 172 lm/W
circa €3.460
Over vijftien jaar
circa €52.000

Aannames: 4.000 branduren per jaar bij schemerschakeling, €0,248 per kWh exclusief BTW, 65% van de uitgezonden lumen landt op het terrein. Een voorbeeld, geen projectopgave: uw branduren en uw kWh-prijs bepalen het bedrag.

Waar dit doorwerkt

Op de energierekening, elk jaar opnieuw. Maar ook op de investering: minder vermogen betekent vaak een lichtere voeding, dunnere kabels en soms een groep minder. Op een terrein met lange kabeltraces is dat een reële post.

En het werkt door in de fiscale kant. De generieke EIA-code voor voorzieningen bij bestaande bedrijfsgebouwen stelt een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar. Rendement en branduren zijn precies de twee getallen die bepalen waar u in dat venster landt.

Let op de tegenintuïtieve kant: valt de terugverdientijd onder de vijf jaar, dan valt de investering buiten die code, en is de maatregel bij een energiebesparingsplicht mogelijk juist verplicht.

Onze armaturen

Waar het rendement in staat

Het netto rendement verschilt per uitvoering. Bij de DarkLicht-series noemen wij het per uitvoering; de waarde die bij een concreet product hoort, staat op de productpagina en op het datasheet. Bij de floodlights staan de lichtstroom en het vermogen op het datasheet, en daaruit rekent u de netto lm/W zelf na.

172 lm/W netto · tot 1.800 W
171 lm/W · 150 tot 300 W
50.000 lm · 320 W
31.000 lm · 150 tot 180 W

Op het datasheet staat het rendement per uitvoering, zonder formulier te downloaden. Wat een installatie op uw terrein aan vermogen vraagt, rekenen wij kosteloos door in een lichtberekening; voor de bijbehorende masten en kabeltraces staat alles op lichtmasten en high mast.

Vijf controles

Een lm/W-opgave controleren voordat u vergelijkt

Deze vijf vragen halen de meeste appels-met-perenvergelijkingen eruit. Staat het antwoord niet op het datasheet, dan is dat zelf al een antwoord.

1
Chip of compleet armatuur?
De LED-module levert meer dan er uit het armatuur komt: lens, glas en reflectie kosten licht. Een chipwaarde en een armatuurwaarde zijn niet vergelijkbaar. Vraag naar de lichtstroom van het complete armatuur.
2
Is het driververlies meegerekend?
Netto rekent het opgenomen vermogen van het hele armatuur mee, inclusief driver. Bruto alleen dat van de module. Het verschil is snel 10 tot 15%, en het is de meest voorkomende reden dat twee opgaven niet kloppen.
3
Bij welke temperatuur is er gemeten?
Het rendement daalt als de junctietemperatuur stijgt. Een waarde uit een laboratorium bij kamertemperatuur houdt u niet op een zomerse dag in een gesloten behuizing op een mast.
4
Geldt het ook aan het eind van de levensduur?
Een installatie levert na jaren minder. Reken daarom met onderhouden waarden en spreek de onderhoudsfactor vooraf af. Zonder LB-code bij de levensduur is niet te zeggen hoe hard die daling is.
5
Wat zit er wél en niet in het opgenomen vermogen?
Sensoren, noodstroomvoorziening en verliezen in lange kabeltraces staan niet op het datasheet, maar wel op uw meter. Vraag bij een groot terrein om het vermogen op installatieniveau.

Wat meer oplevert dan een hoger rendement

Eerlijk gezegd: een paar procent verschil in lm/W valt weg tegen de vier keuzes hieronder. Wij verkopen graag armaturen, maar dit is waar de besparing werkelijk zit.

Niet meer lux dan nodig
10 tot 30%
Boven de norm gaan is de duurste manier om een terrein te verlichten. Twintig procent meer lux is twintig procent meer vermogen, elk uur dat het brandt.
Schemerschakeling in plaats van een tijdklok
5 tot 15%
Een klok staat in juni te vroeg aan en in december te laat. Een lichtsensor schakelt op wat er werkelijk buiten gebeurt.
Dimprofiel voor de nachturen
15 tot 30%
Op de meeste terreinen gebeurt er tussen middernacht en vijf uur weinig. Terugdimmen naar het niveau dat sociale veiligheid vraagt, kost niets aan comfort.
Bewegingsdetectie op zones
tot 40%
Op zones die alleen bij een levering worden gebruikt, is dit het grootste effect. Op een doorgaande route juist niet: dan is een dimprofiel beter.

De percentages zijn ordegroottes uit onze eigen projecten en geen belofte: wat het bij u oplevert, hangt af van uw huidige installatie, uw branduren en het gebruik van het terrein.

Verder in deze reeks

De andere begrippen uit een datasheet

Online·lumen, candela, lux
Lichtstroom en lichtsterkte

Waarom meer lumen niet meer licht op de grond betekent, en hoeveel er op het terrein landt.

Online·L90B05
LB-waarden en levensduur

Hoe u een levensduuropgave leest, en waarom een getal zonder LB-code niets zegt.

Online·IP67, IK10
IP- en IK-classificatie

Wat de codes garanderen, en de vijf dingen die ze niet dekken.

Alle onderwerpen bij elkaar staan op subsidie en kennisbank.

Veelgestelde vragen

Wat ons hierover gevraagd wordt

Wilt u weten wat het op uw eigen terrein scheelt, dan is een lichtberekening met een vermogensvergelijking sneller dan een uitleg. Die maken wij kosteloos.

Lumen per watt: de lichtstroom die een armatuur uitzendt, gedeeld door het vermogen dat het opneemt. Hoe hoger, hoe minder energie u nodig hebt voor hetzelfde licht. De valkuil is dat er vijf verschillende getallen zo genoemd worden, van de LED-chip tot het complete armatuur.

Netto is gemeten aan het complete armatuur, met het opgenomen vermogen inclusief driver. Bruto rekent alleen de LED-module. Het verschil is doorgaans 10 tot 15%. Wij houden 172 lm/W netto aan voor de DarkLicht-serie en vergelijken alleen netto met netto.

Meestal omdat dat de chipwaarde is, gemeten aan de LED-module bij gunstige temperatuur en zonder driververlies. Dat is geen onwaarheid, maar het is een ander getal dan wat het armatuur op een mast levert. Vraag daarom of de opgave het complete armatuur betreft, inclusief driver, en bij welke temperatuur er is gemeten.

Voor het verbruik wel, maar het is zelden de grootste factor. Een verschil van een paar procent in netto lm/W tussen twee armaturen weegt niet op tegen de keuzes op installatieniveau: niet meer lux dan nodig aanhouden en een dimprofiel voor de nachturen leveren samen makkelijk 30 tot 50%. Een armatuur met iets minder lm/W maar een betere optiek kan bovendien minder vermogen vragen, omdat er meer licht op het vlak landt.

Vermogen in kW × branduren per jaar = kWh, en kWh × uw kWh-prijs = de kosten. Voor een terrein rekenen wij met 4.000 branduren bij schemerschakeling en €0,248 per kWh exclusief BTW; voor een sportveld met 500 branduren en €0,30 inclusief BTW. Meng die twee rekenbases niet.

Het rendement daalt als de junctietemperatuur van de LED stijgt, en die stijgt met de omgevingstemperatuur en met een slechte warmteafvoer. Daarom is de thermische opbouw van een armatuur net zo bepalend als de LED zelf, en daarom hoort bij een opgave de temperatuur waarbij is gemeten.

Voor lichtbronnen bestaat een energielabel, maar professionele buitenarmaturen worden in de praktijk vergeleken op netto lm/W en op het vermogen dat de installatie vraagt. Voor een terreinproject is dat laatste het getal dat telt; een labelklasse zegt niets over hoeveel licht er op uw terrein landt.

Indirect. De generieke code voor voorzieningen in of bij bestaande bedrijfsgebouwen stelt een terugverdientijd van ten minste 5 en maximaal 25 jaar. Rendement en branduren bepalen waar u in dat venster landt. Verdient de investering zich sneller dan vijf jaar terug, dan valt hij juist buiten die code, en bij een energiebesparingsplicht is de maatregel dan mogelijk verplicht.

Dat volgt uit het lichtniveau. In onze rekenvoorbeelden komt zowel een terminal op 50 lux als een sportveld op 200 lux uit rond 0,009 W per m² per lux. Dat is een vuistregel uit onze eigen twee voorbeelden en geen norm. Zit een aanbieding daar ruim boven bij hetzelfde lichtniveau, dan is dat een aanwijzing dat er licht naast het vlak verdwijnt.

Bij de projecten die wij hebben vervangen, ligt de gemeten besparing tussen 68 en 80% op het verbruik van de verlichting. Het grootste deel daarvan komt van het vervangen van de oude bron; sturing en het juiste lichtniveau doen de rest. Wat het bij u wordt, hangt af van wat er nu hangt en van uw branduren.

Wij rekenen uw huidige installatie tegen een nieuwe door

Vermogen oud en nieuw, branduren, kWh en euro per jaar, met de aannames erbij. Dat is dezelfde onderbouwing die u nodig hebt voor een EIA-melding of een subsidieaanvraag. Kosteloos, en binnen één werkdag antwoord van een engineer.

Zoek de waarden voor uw eigen armatuur op

Alle uitvoeringen staan in een tabel, met de datasheet en het lichtbestand per artikel.

Naar de datasheetsOf laat uw situatie doorrekenen