Home / Advies en subsidie / EIA en LED-verlichting
Veel pagina’s, ook onze eigen tot voor kort, schrijven dat de EIA in 2022 is gestopt. Dat is onjuist. De regeling loopt in 2026 met een aftrek van 40% en een budget van €460 miljoen. Maar generieke LED staat niet meer op de Energielijst, en dat maakt de vraag welke route u kunt nemen belangrijker dan het percentage.
Voor terrein- en lichtmastprojecten is er één realistische route: de generieke code 310000, met een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar. Hieronder staat wat die code precies zegt, hoe de berekening werkt en waar de grens ligt met de energiebesparingsplicht.
Bijgewerkt op 13 augustus 2026 · gecontroleerd aan de hand van RVO en de Belastingdienst
| Status | bestaat, loopt in 2026 |
| Aftrek | 40% van de investering |
| Netto voordeel volgens RVO | gemiddeld 10% |
| Budget 2026 | €460 miljoen |
| Minimum per bedrijfsmiddel | €2.500 |
| Maximum investering | €153 miljoen |
| Melden | binnen 3 maanden |
| Tweedehands bedrijfsmiddelen | uitgesloten |
Let op: terreinverlichting heeft geen eigen code op de Energielijst 2026. De enige expliciete verlichtingscode is podium- en theaterbelichting.
Bij een subsidie krijgt u geld uitbetaald. Bij de EIA mag u 40% van de investering extra van de fiscale winst aftrekken, waardoor u minder belasting betaalt. Uw voordeel is dus 40% maal uw belastingtarief, en niet 40% van de investering. RVO rekent daarom met gemiddeld 10% voordeel. Dat verschil is waar de hele markt overheen stapt.
| Investering (voorbeeld) | €100.000 |
| Extra aftrek van de winst, 40% | €40.000 |
| Vennootschapsbelasting, 25,8% | 25,8% |
| Netto voordeel | circa €10.320 |
| Ofwel, op de investering | circa 10% |
Voorbeeld met een investering van €100.000, een aftrek van 40% en een vennootschapsbelastingtarief van 25,8%. Bij een IB-ondernemer in het toptarief loopt het voordeel op. Zonder fiscale winst valt er in dat jaar niets te verzilveren.
De eerste vraag is niet hoeveel u krijgt, maar of u de regeling kunt verzilveren. Een fiscale aftrek vereist belastbare winst; een subsidie niet. Daardoor valt de EIA voor verenigingen, gemeenten en andere partijen zonder winstbelasting per definitie af, ook al lezen zij overal dat “LED onder de EIA valt”.
| Wie u bent | BOSA | DUMAVA | EIA | MIA en Vamil |
|---|---|---|---|---|
| Amateursportvereniging of stichtinggeen vennootschapsbelasting | Ja, maar niet meer voor verlichting; loket 2026 dicht | Ja, dit is de route voor veldverlichting | Nee, geen belastbare winst om af te trekken | Nee, zelfde reden |
| Commerciële sportexploitantBV, vpb-plichtig | Nee | Beperkt, afhankelijk van de vastgoedstatus | Ja, via code 310000 | Ja, mits Milieulijst |
| Bedrijf met eigen terreinBV of NV | Nee | Nee | Ja, dit is de enige route | Ja, mits Milieulijst |
| Gemeente of overheidbetaalt geen vpb | Nee | Ja, voor maatschappelijk vastgoed | Nee | Nee, zelfde reden |
| Zorg, onderwijs of cultuurafhankelijk van de fiscale positie | Nee | Ja | Alleen indien vpb-plichtig | Alleen indien vpb-plichtig |
Bent u sportvereniging of beheerder van maatschappelijk vastgoed, dan staat uw route op subsidie voor sportverlichting. Stand van 13 augustus 2026.
De EIA werkt alleen als uw investering onder een code van de Energielijst valt. Generieke LED is er jaren geleden afgehaald omdat het standaardtechniek is geworden. Dat klinkt als slecht nieuws, maar het is precies wat u moet weten voordat u een begroting maakt.
Alleen spot- en floodlightarmaturen en DMX-driver komen in aanmerking, met een powerfactor van minimaal 0,90. Voor een theater of evenementenlocatie is dit de directe route.
Er is geen code voor terreinverlichting, buitenverlichting, openbare verlichting of sportveldverlichting.
“De terugverdientijd van de investering moet ten minste 5 jaar, maar niet meer dan 25 jaar bedragen.”
Het woordje “bij”. In of bíj bestaande bedrijfsgebouwen. Dat “bij” is precies wat terreinverlichting op een bedrijfsterrein binnen bereik van deze code brengt.
De ondergrens van 5 jaar. Een investering die zich té snel terugverdient valt eruit. Dat voelt verkeerd om, maar het is de kern van de regeling: de EIA is bedoeld voor investeringen die u zonder fiscale prikkel niet zou doen.
TVT = investering ÷ (jaarlijks energiegebruik × energieprijs oude situatie − jaarlijks energiegebruik × energieprijs nieuwe situatie)
Met andere woorden: de investering gedeeld door de jaarlijkse besparing in euro’s. Die besparing volgt uit het vermogen van de oude en de nieuwe installatie, het aantal branduren en uw kWh-prijs. Precies die vier getallen leveren wij bij een lichtplan aan; de toetsing of de uitkomst binnen het venster van 5 tot 25 jaar valt, hoort bij RVO en uw adviseur.
Een vervangingsproject met expliciete aannames: de bestaande masten, fundaties en bekabeling blijven staan, alleen de armaturen gaan eruit. Zo ziet u hoe de terugverdientijd uitpakt en waar hij in het venster van 5 tot 25 jaar landt. Dit is een rekenvoorbeeld en geen toezegging: de beoordeling ligt bij RVO en uw adviseur.
| Oude situatie, 12 lichtpunten van 2.000 W | 24,0 kW |
| Nieuwe situatie, 12 lichtpunten van 1.200 W | 14,4 kW |
| Branduren per jaar | 4.000 |
| Verbruik oud | 96.000 kWh |
| Verbruik nieuw | 57.600 kWh |
| Besparing per jaar | 38.400 kWh |
| Bij €0,248 per kWh excl. BTW | circa €9.523 |
| Investering, armaturen inclusief montage | €50.000 |
| Terugverdientijd | circa 5,3 jaar |
| Venster van code 310000 | 5 tot 25 jaar |
| Valt binnen het venster | ja, net boven de ondergrens |
Aannames: twaalf bestaande masten met één armatuur per mast die blijven staan, oude installatie 2.000 W per lichtpunt, nieuwe installatie 1.200 W, 4.000 branduren per jaar bij schemerschakeling, €0,248 per kWh exclusief BTW, investering €50.000 voor de armaturen inclusief montage. Elk van die getallen verandert per project, en bij nieuwe masten of nieuw grondwerk ligt de investering een veelvoud hoger.
Een terugverdientijd van ruim vijf jaar valt binnen het venster van 5 tot 25 jaar dat code 310000 stelt, maar wel dicht op de ondergrens. Dat is typerend voor een vervanging: de besparing is groot ten opzichte van de investering, omdat de masten en de bekabeling blijven staan. Branden de masten meer uren, ligt uw kWh-prijs hoger of valt de investering lager uit, dan zakt de terugverdientijd onder de vijf jaar en valt de investering juist buiten de code, terwijl de energiebesparingsplicht hem dan mogelijk verplicht stelt.
Bij een aftrek van 40% en een tarief van 25,8% komt het fiscale voordeel op deze investering neer op ongeveer €5.160, ofwel ruim 10%. Dat staat naast de jaarlijkse besparing op de energierekening van circa €9.500, niet in plaats daarvan. Bij een project met nieuwe masten loopt de investering op en de terugverdientijd mee; dan zit u eerder midden in het venster.
Bij een lichtmastproject is de mast vaak 40 tot 60% van de projectsom, dus deze vraag bepaalt de helft van uw berekening. RVO schrijft dat het gaat om de aankoopsom, inclusief kosten die u aan derden betaalt om het bedrijfsmiddel bedrijfsklaar te krijgen, bijvoorbeeld montagekosten. Grondkosten en onderhoudskosten zijn uitgesloten.
Waar de grens precies ligt bij masten, fundaties en grondwerk, is uit de gepubliceerde stukken niet op te maken. Wij doen daar geen uitspraak over. Stem dat per project af met RVO of uw fiscalist voordat u het in een begroting zet. Dat is eerlijker dan een percentage noemen dat later niet blijkt te kloppen.
Bij een vervangingsproject waarbij de bestaande masten, fundaties en bekabeling blijven staan, speelt die vraag niet: dan gaat het om de armaturen en de montage, en die staan allebei aan de kant die meetelt.
| Aankoopsom van de armaturen | telt mee |
| Kosten aan derden om bedrijfsklaar te krijgen, zoals montage | telt mee |
| Grondkosten | telt niet mee |
| Onderhoudskosten | telt niet mee |
| Masten, fundaties en grondwerk | open vraag, afstemmen met RVO |
De twee regelingen staan haaks op elkaar in de tijd. Wie beide sporen wil bekijken, moet het opdrachtmoment bewust plannen. Geen enkele partij in de markt legt dit uit, en het is de fout die het meeste geld kost.
Praktisch gevolg: onderzoek de subsidieroute eerst, want daar moet de aanvraag vóór de opdracht liggen. De fiscale melding kan daarna nog, maar alleen binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting. Te laat is definitief te laat.
Valt uw bedrijf onder de energiebesparingsplicht, dan moet u alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uitvoeren. Op de Erkende Maatregelenlijst van RVO staan expliciet buitenverlichting en terreinverlichting, met parkeerterreinen, sportvelden, reclameverlichting en overige buitenverlichting als genoemde toepassingen. Rapporteren gebeurt eens per vier jaar.
Dat betekent dat een deel van de gesprekken over subsidie in werkelijkheid over een verplichting gaat. Dat is geen slecht nieuws: een maatregel die zich binnen vijf jaar terugverdient, is per definitie een maatregel die geld oplevert.
Ze sluiten dus vrijwel op elkaar aan zonder overlap. Grofweg: verdient de vervanging zich binnen vijf jaar terug, dan is het waarschijnlijk geen EIA-kwestie maar een wettelijke plicht. Duurt het langer, dan komt de EIA in beeld.
Dit is de logische consequentie van twee gepubliceerde drempels, en geen door RVO uitgesproken regel. Laat uw eigen situatie toetsen voordat u er conclusies aan verbindt.
Deze regelingen bestaan en werken via de Milieulijst, niet via de Energielijst. Ze zijn niet combineerbaar met de EIA op hetzelfde bedrijfsmiddel. Voor verlichting zelf is de Milieulijst weinig vruchtbaar; waar mogelijk kansen liggen is bij circulaire aspecten, zoals demontabele masten, materiaalhergebruik of het hergebruiken van bestaande fundaties.
Wij hebben de Milieulijst niet regel voor regel doorgenomen en noemen daarom geen codes of percentages. Dat het bestaat, betekent niet dat het in uw geval geldt.
Er bestaan lokale regelingen voor verduurzaming, en sinds 2026 mag DUMAVA gestapeld worden met niet-rijkssubsidies tot volledige kostendekking. Wij hebben die regelingen niet geïnventariseerd en noemen er daarom geen bij naam. Uw provincie, gemeente en omgevingsdienst zijn hiervoor de bron.
Wij verkopen geen fiscaal voordeel. Wij leveren verlichting, en de technische onderbouwing waarop een melding of een aangifte rust.
Wat wij weten staat op deze pagina, inclusief het deel dat ons niet helpt verkopen: dat er geen eigen code voor terreinverlichting is. Korte vragen beantwoorden wij binnen twee werkdagen. Gaat het over de lijst, de code of uw aangifte, dan verwijzen wij naar RVO, de Belastingdienst of uw accountant.
Bij een lichtplan leveren wij het vermogen oud en nieuw, de branduren, de berekende besparing en de specificatie. Dat zijn precies de vier getallen waarmee de terugverdientijd van code 310000 wordt gerekend. Wij zeggen niet of uw investering kwalificeert; dat doet RVO.
Voert JEL het project uit, dan begeleiden wij het traject van begin tot eind: welke route, welke stukken, in welke volgorde, en het tijdig aanleveren daarvan, inclusief de meldtermijn van drie maanden. Dat doen wij binnen een opdracht, niet als losse dienst.
Zonder lichtplan kan niemand een melding of aanvraag onderbouwen: het vermogen, de branduren en de berekende besparing moeten ergens vandaan komen. Dat is het deel waar wij wél van zijn. Bent u vereniging of beheerder van maatschappelijk vastgoed, dan staat uw route op subsidie voor sportverlichting.
“Ik help u graag bij de praktische kant van de aanvraag en beantwoord uw vragen binnen twee werkdagen. Voor korte vragen ben ik ook telefonisch bereikbaar.”
Gaat uw vraag over uw eigen aangifte of winstpositie, dan is uw accountant de juiste plek. Gaat het over de verlichting, het vermogen en de besparing, dan kunnen wij verder helpen.
Ja. De regeling loopt met een aftrek van 40% van de investeringskosten en een budget van €460 miljoen voor 2026. Dat veel pagina’s, waaronder onze eigen tot voor kort, schrijven dat de regeling in 2022 is gestopt, komt doordat die pagina’s niet zijn bijgewerkt.
Niet via een eigen code: op de Energielijst 2026 staat geen code voor terreinverlichting, buitenverlichting, openbare verlichting of sportveldverlichting. De enige expliciete verlichtingscode is 210508 voor podium- en theaterbelichting. Voor terrein en masten blijft de generieke code 310000 over, met een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar.
Technische voorzieningen voor energiebesparing in of bij bestaande bedrijfsgebouwen, met als voorwaarde dat de terugverdientijd ten minste 5 en maximaal 25 jaar is. Het woord “bij” is hier belangrijk: het brengt voorzieningen op het terrein rond het gebouw binnen bereik van de code.
Omdat de EIA bedoeld is voor investeringen die u zonder fiscale prikkel niet zou doen. Verdient een maatregel zich binnen vijf jaar terug, dan gaat de wetgever ervan uit dat u die toch al doet; bij een energiebesparingsplicht is die maatregel zelfs verplicht.
40% aftrek maal uw belastingtarief. Bij een vpb-tarief van 25,8% is dat ongeveer 10,3% van de investering; RVO rekent met gemiddeld 10% voordeel. Bij een IB-ondernemer in het toptarief loopt het op. Zonder fiscale winst houdt u er in dat jaar niets aan over.
Binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting; bij aanschafkosten binnen drie maanden na de besteldatum. Dat is vanaf de ondertekende opdracht en niet vanaf levering of factuur. De termijn is hard.
Dat is uit de gepubliceerde stukken niet op te maken, en wij doen er geen uitspraak over. RVO noemt de aankoopsom plus de kosten aan derden om het bedrijfsmiddel bedrijfsklaar te krijgen, zoals montage; grondkosten en onderhoud zijn uitgesloten. Omdat de mast vaak 40 tot 60% van de projectsom is, is dit een vraag om vóóraf met RVO of uw fiscalist af te stemmen.
Niet op hetzelfde bedrijfsmiddel; RVO is daar expliciet over. Bij een project met meerdere onderdelen kan het per onderdeel verschillen, maar welke verdeling houdbaar is, bepaalt uw accountant.
Nee. Een vereniging zonder belastbare winst kan een aftrek niet verzilveren. Voor u zijn BOSA en DUMAVA de routes; die staan op onze pagina over subsidie voor sportverlichting. Meerdere leveranciers en zelfs adviesbureaus suggereren EIA aan verenigingen, en dat is onjuist.
De plicht verplicht u maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren, en op de Erkende Maatregelenlijst staan buiten- en terreinverlichting expliciet, met parkeerterreinen en sportvelden erbij. Rapporteren gebeurt eens per vier jaar. De EIA begint juist waar die vijf jaar ophoudt.
Eerst de subsidieroute onderzoeken, want daar moet de aanvraag vóór de opdracht liggen. De fiscale melding kan daarna nog, binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting. Wie de volgorde omdraait, verliest de subsidie en houdt alleen de aftrek over.
Het moment van de investeringsverplichting is bepalend, dus de ondertekende opdracht. Daarmee geldt ook de Energielijst van dát jaar, ook als de levering pas het jaar daarna valt.
Omdat die pagina’s niet zijn bijgewerkt. 45,5% was het tarief tot en met 2023; sinds 2024 is het 40%. Twee leveranciers noemen nog 45,5% en concluderen in dezelfde tekst dat de regeling sinds 2023 niet meer bestaat. Wij zetten daarom bij elk cijfer een datum en een bronlink.
Wij geven geen fiscaal advies en beoordelen geen meldingen. Wat wij wel doen: zeggen welke onderbouwing er in uw geval nodig is, wat wij daarvan aanleveren, en waar u navraagt of uw investering onder een code valt. Antwoord binnen twee werkdagen.
JEL Products levert verlichting en lichtplannen, geen fiscaal of subsidieadvies. De definitieve beoordeling ligt bij RVO, de Belastingdienst en uw eigen accountant of adviseur. Deze pagina is bijgewerkt op 13 augustus 2026; de Energielijst, de percentages en de termijnen worden jaarlijks vastgesteld.